Majoorslogement

Cultuurhistorisch Bureau Siste Viator is gevestigd in het historische Majoorslogement aan het Marktplein van Bourtange. Al binnen enkele jaren na de vestiging van het ‘staande’ garnizoen in 1593 kreeg de majoor een “ambtswoning” tot zijn beschikking. De eerste bekende majoor die in de stukken opduikt was Jetse IJges, die van 1598 tot 1599 in Bourtange was gestationeerd. In 1614 vonden ‘reparatien van des Maiors Logement’ plaats waarbij het bestaande pand grotendeels opnieuw werd opgetrokken uit gele steen en werd voorzien van een nieuwe kap met rode dakpannen.

Een volgende renovatie vond waarschijnlijk in 1647 plaats, aangezien de muurankers in de voorgevel van dit jaartal zijn voorzien. In 1676 werden op verzoek van majoor Dirck Everts ter Veer een nieuwe ‘spijscamer’ en een stalling gebouwd, een jaar later gevolgd door een houten ‘camertjen’ tegen de achtergevel. Volgens een verbaal uit 1692 kreeg majoor Jan Velthuijs toestemming voor een ‘nieuwe vloer van dubbelde flapperts in ’t kalk wel vastgelegd’. Daarnaast kwam ‘in de kamer naast het eetzaal een ledecant van eijcken hout’, dat met stof werd behangen. Een bijzondere illustratie van de woon- en leefstijl van de uit de betere kringen afkomstige officieren van die tijd.

Ook in de 18e eeuw werden naar aanleiding van de jaarlijkse inspecties of op verzoek van de bewoners verbeteringen of renovaties uitgevoerd aan het Majoorslogement. De plattegrond van de ingenieurs Engelhardt en Scherlenski uit 1749 vertoont het pand zoals het was op het moment dat de vesting haar grootste omvang had bereikt (Natte Horizon, 1742). In 1795 werd het pand zwaar beschadigd tijdens de bezetting van Bourtange door Engelse troepen tijdens de Franse invasie.

Enkele jaren later, in 1801, onderging het pand een grondige verbouwing, waarbij o.a. een nieuwe voorgevel met ramen in laat-achttiende eeuwse stijl werd aangebracht. Ook de in classicistische stijl omlijste voordeur stamt waarschijnlijk uit die tijd. Bijzonder is de omlijsting van de voordeur in de vorm van een “uitgerold” Ionisch kapiteel met een cymatium of “eierlijst” onder het bovenlicht. In 1834 werd het huis in opdracht van het Domein van Oorlog opnieuw opgemeten en ingetekend.

Na de definitieve opheffing van de vesting in 1851 werden de vestingwerken ontmanteld en de gebouwen publiek verkocht. Ook het Majoorslogement kwam in particuliere handen en kreeg een woon-werkfunctie. Nadat het pand in 1913 wit werd gepleisterd, nam de bouwkundige staat van het huis langzamerhand af en dreigde het teloor te gaan. Gelukkig werd het cultuurhistorisch belang van het pittoreske pand ingezien en toonde de Vereniging Hendrick de Keyser te Amsterdam kort na de oorlog belangstelling voor overname. Toch bleef het huis in particuliere handen en kon in 1949 met subsidies een restauratieplan worden opgesteld en een jaar later uitgevoerd. Het Majoorslogement werd in 1971 op de lijst van Rijksmonumenten geplaatst onder het registernummer 37442.